![]() |
|
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Kenmerken Bezetting Stockarrangementen Bij de Ballroom Syncopators zijn een aantal nummers in die originele bezetting te horen. |
![]() Het orkest van Paul Whiteman |
||||||
| De bezetting verandert Midden twintiger jaren veranderde dit onder invloed van de meer op jazzmuziek gerichte orkesten en “hun” arrangeurs in drie koper, drie saxen (1e alt, 2e tenor en 3e alt) die tevens optraden als klarinettrio. (Don Redman is een schoolvoorbeeld) |
||||||||
| Na 1930 zien we vaak een vierde sax erbij komen (dit kan een tenor- of baritonsax zijn) en ook uitbreiding in het koper tot drie trompetten en twee trombones. Een paar jaar later – midden dertiger jaren, als het swingtijdperk zijn intrede doet – wordt de koper sectie in feite gesplitst tot twee aparte secties: de trompetsectie en de trombone sectie. Bij de saxen wordt “vijf” een nieuwe standaard: twee alten, twee tenoren en de bariton; een standaard die nog tot in de vijftiger jaren stand houd. In de dertiger jaren wordt de tuba langzamerhand vervangen door de trekbas en de banjo door de gitaar. En de violist? Hij maakt plaats voor de crooners: de nieuwe vedetten van de lichte muziek. Voor ons echter betekent deze ontwikkeling het einde van de gespeelde stijlperiode, hoewel er overigens nog lang dancebands in de oude stijl blijven spelen en bekendheid genieten. |
||||||||